A1-A227:101 views

#9 Dutch Supermarket Secrets 🛒 | Boodschappen Doen (A1)

Welcome to Les 9 of our A1 Dutch series! Today, we are going shopping (Boodschappen doen).

Loading video...

📝 Transcript

Speed:

Click any sentence to jump to that moment in the video. Use the 🔊 button to hear the pronunciation.

0:00Stel je voor, je staat daar ehm onder van dat felle fluoriserende licht. Ja, verschrikkelijk is dat.
Imagine, you're standing there, uh, under that bright fluorescent light. Yes, that's terrible.
0:07Precies. Om je heen toren echt van die meters hoge schappen vol met kleurrijke verpakkingen, schreeuwende aanbiedingen en nou ja, allemaal merken die je helemaal niet kent.
Exactly. Around you, really meters-high shelves tower, full of colorful packaging, screaming offers, and well, all brands you don't know at all.
0:17En je bent waarschijnlijk net klaar met een lange dag werken. Ja, je bent moe, je bent wanhopig op zoek naar avondeten, maar die etiketten om je heen, dat lijkt wel in é een of andere ingewikkelde geheime code geschreven. Je snakt er helemaal niks van.
And you've probably just finished a long day of work. Yes, you're tired, you're desperately looking for dinner, but those labels around you, they seem to be written in some complicated secret code. You don't understand any of it.
0:31Nee. En je maag knort ook nog eens. Je hebt gewoon absoluut geen idee hoe je moet overleven in deze omgeving. En het grappige is, we zijn niet in een onheerbergzame jungle beland.
No. And your stomach is rumbling too. You simply have absolutely no idea how to survive in this environment. And the funny thing is, we haven't ended up in an inhospitable jungle.
0:41Nee, we staan gewoon in een typisch Nederlandse supermarkt. Klopt. En dat is echt een heel fundamentele bijna eh primitieve vorm van lichte paniek die je daar beschrijft.
No, we're just in a typical Dutch supermarket. That's right. And that's really a very fundamental, almost primitive form of slight panic you're describing there.
Dutch-English / English-Dutch Dictionary

📚 Recommended for this lesson

Dutch-English / English-Dutch Dictionary

Look up any word from this episode with the most comprehensive Dutch-English dictionary available.

Check Price on Amazon

Enjoying this lesson? Get free episodes every week!

📖 Vocabulary

Key vocabulary from this episode with part of speech, meaning, and example sentences. Practice along with the video above.

Verb phrase

to do groceries

Ik ga boodschappen doen in de supermarkt.

Nomen (de)

supermarket

De supermarkt is open tot zes uur.

Nomen (het)

bread

Ik koop een brood voor het ontbijt.

Nomen (de)

milk

Wil je melk in je koffie?

Nomen (de)

cheese

Nederland is bekend om zijn kaas.

Nomen (de)

chicken

Vanavond eten we kip met rijst.

Nomen (het)

water

Ik drink graag water als ik dorst heb.

Nomen (de)

vegetable(s)

Eet elke dag genoeg groente en fruit.

Nomen (het)

fruit

Appels en bananen zijn lekker fruit.

Verb phrase

to be hungry

Na het werk heb ik altijd honger.

✏️ Exercises

Test your understanding with fill-in-the-blank and multiple choice questions. Click "Check" to see the answer.

Q1

Ik moet naar de supermarkt om ___ te ___.

Q2

Waar koop je meestal je eten en drinken?

Q3

Ik wil graag eten, want ik ___ ___.

Q4

Welk product eet je vaak bij het ontbijt?

Q5

Voor mijn koffie heb ik een beetje ___ nodig.

Q6

Wat is een typisch Nederlands product dat je op je brood eet?

Q7

Tomaten, wortels en sla zijn voorbeelden van ___.

Q8

Appels, bananen en sinaasappels zijn soorten ___.

Q9

Als je dorst hebt, drink je meestal ___.

Q10

Welk van deze is een soort vlees?

📚 Recommended Study Materials

See All Recommended Books

💬 Comments

Loading comments...

Related Episodes